Informatie over het klokkenluiderssysteem
van De Wit
1. Definities
- Beleid verwijst naar dit klokkenluidersbeleid.
- De Wit-Groep: De lijst van bedrijven die tot de De Wit-Groep behoren, vindt u hier & hier
- Schendingen zijn handelingen of nalatigheden die de waarden of regels uiteengezet in de gedragscode van de De Wit-Groep schenden, evenals handelingen en nalatigheden die als schendingen worden beschouwd volgens de geldende wetgeving van het betreffende land.
- Informatie over schendingen zijn gerechtvaardigde vermoedens of kennis van feitelijke of mogelijke schendingen die al zijn gepleegd of zeer waarschijnlijk zullen worden gepleegd binnen de De Wit-Groep of die verband houden met de activiteiten van de De Wit-Groep, evenals pogingen om dergelijke schendingen te verhullen.
- Gegevens- en informatieverwerking zijn handelingen en maatregelen gericht op het verzamelen, opslaan, wijzigen, aanvullen, gebruiken, verspreiden, anonimiseren, blokkeren en verwijderen van gegevens.
- Meldingen zijn mondelinge of schriftelijke communicatie van informatie over schendingen aan interne of externe meldpunten (bevoegde autoriteiten van het betreffende land).
- Meldende persoon of klokkenluider betekent de natuurlijke persoon die informatie over schendingen meldt of openbaar maakt aan de bevoegde kantoren die in Bijlage 1 van dit beleid zijn vermeld (hierna: bevoegde kantoren), of aan externe meldpunten.
- Vermoedelijke schending betekent het vermoeden van een meldende persoon van een schending in de organisatie waar hij werkt of heeft gewerkt of in een andere organisatie waarmee hij via zijn werk in contact kwam, voor zover het vermoeden is gebaseerd op redelijke gronden die voortvloeien uit de kennis die de werknemer in dienst van zijn werkgever heeft opgedaan of uit de kennis die de werknemer via zijn werk bij een ander bedrijf of organisatie verkreeg.
- Interne melding is de mondelinge of schriftelijke communicatie van informatie over schendingen binnen de De Wit-Groep aan de bevoegde kantoren.
- Externe melding is de mondelinge of schriftelijke communicatie van informatie over schendingen aan de bevoegde autoriteiten van de respectieve landen.
- Openbaarmaking verwijst naar het beschikbaar maken van informatie over schendingen voor het publiek.
- Vergelding en vergeldingsmaatregelen zijn alle rechtstreekse of onrechtstreekse handelingen of nalatigheden die plaatsvinden in een werkgerelateerde context, ingegeven door interne of externe meldingen of door openbare bekendmaking, en die de meldende persoon onrechtmatige schade berokkent of kan berokkenen (zoals schorsing, ontslag e.d.).
- Opvolgmaatregelen zijn de maatregelen die door een intern of extern meldpunt worden getroffen om de geldigheid en de juistheid van een melding te verifiëren, verdere actie te ondernemen naar aanleiding van de gemelde schending, de juridische status te herstellen, of de zaak af te sluiten.
- Werknemer(s) verwijst/verwijzen naar alle werknemers, functionarissen, bestuurders, leidinggevenden, aandeelhouders, niet-uitvoerende leden, tijdelijk personeel, vrijwilligers, betaalde of onbetaalde stagiairs van een van de bedrijven van de De Wit-Groep.
“Genderclausule”
Omwille van de leesbaarheid wordt de generieke mannelijke vorm gebruikt. Het is belangrijk op te merken dat het exclusieve gebruik van de mannelijke vorm onafhankelijk van gender moet worden begrepen. Dit is op geen enkele manier bedoeld om te discrimineren op gender of om het gelijkheidsbeginsel te schenden.
II. Toepassingsgebied
1. Materiële werkingssfeer
De De Wit-Groep engageert zich om haar activiteiten volgens de hoogste ethische en wettelijke normen uit te oefenen. Om deze reden zal elke schending van de De Wit-gedragscode met de grootste ernst worden behandeld.
De volgende voorschriften zijn bedoeld om de werknemers, het management, zakelijke partners, klanten en leveranciers enz. van de De Wit-Groep, evenals alle mogelijk getroffen personen (alle natuurlijke personen) te ondersteunen bij het herkennen, melden en aanpakken van mogelijk wangedrag binnen de De Wit-Groep en om een veilig kanaal te bieden voor meldingen zonder angst voor vergelding, met als doel de nalevings- en informatiecultuur binnen de De Wit-Groep te versterken.
Onwettig, immoreel of onrechtmatig gedrag, of gedrag dat de De Wit-gedragscode schendt en dat de werknemer of betrokkene niet op eigen kracht kan stoppen, moet worden gemeld aan een door de De Wit-Groep aangewezen contactpersoon. Het klokkenluiderssysteem is echter niet bedoeld om algemene klachten of beschuldigingen tegen andere werknemers te uiten.
Feiten/informatie/documenten, ongeacht vorm of medium en waarvan de openbaarmaking verboden is omdat ze onder de nationale veiligheid, de bescherming van geclassificeerde informatie, de bescherming van juridische en medische beroepsgeheimen, de geheimhouding van gerechtelijke beraadslagingen of strafrechtelijke regels vallen, zijn uitgesloten van de werkingssfeer van dit beleid.
2. Personele werkingssfeer (doelgroep)
Dit beleid is van toepassing op alle bedrijven van de De Wit-Groep en op alle personen genoemd in deel II.1 en III.4.
3. Toepassingstermijn
Dit beleid is van toepassing voor een onbeperkte tijd vanaf de datum van publicatie totdat het wordt ingetrokken.
4. Territoriale werkingssfeer
Dit beleid is van toepassing op alle landen waar een bedrijf van de De Wit-Groep is gevestigd.
5. Hiërarchie
Voor zover strengere regels, wettelijke bepalingen, collisieregels e.d. bestaan in de toepasselijke nationale rechtsstelsels voor individuele gebieden die door dit beleid worden bestreken, hebben dergelijke regels voorrang op de bepalingen van dit beleid (bijv. strafbare feiten, vergrijpen, enz.).
III. Klokkenluiderssysteem
1. Klokkenluider
(1) De De Wit-Groep moedigt alle natuurlijke personen aan om zich via het klokkenluiderssysteem van de De Wit-Groep te melden als zij op de hoogte zijn van een schending van de gedragscode van de De Wit-Groep en de lokale wetgeving een dergelijke melding toelaat.
(2) Dit beleid verplicht niemand om meldingen te doen. Voor zover er echter wettelijke, contractuele of andere verplichtingen bestaan om meldingen te doen, blijven deze onaangetast door lid 1.
(3) Het klokkenluiderssysteem dient om meldingen te ontvangen en te verwerken en om de in punt 1 genoemde personen, evenals de personen genoemd in deel III.4 (Bescherming van klokkenluiders) hieronder te beschermen tegen vergeldingsmaatregelen die verband houden met meldingen. Het klokkenluiderssysteem is echter niet geschikt voor algemene klachten of vragen van algemene aard. Gelieve in dat geval contact op te nemen met onze klantendienst:
Voor Duitsland moeten klachten in het kader van de Duitse wet inzake de zorgvuldigheidsverplichting in toeleveringsketens (LkSG) worden ingediend via het contact dat in Bijlage 1 is vermeld.
(4) Meldingen moeten alleen worden gedaan als de klokkenluider te goeder trouw handelt en gelooft dat de gerapporteerde informatie waar is en de klokkenluider redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de gerapporteerde informatie waar is. De klokkenluider handelt niet te goeder trouw als hij weet dat gerapporteerde informatie onwaar is. Bij twijfel mag de informatie niet als feit worden gepresenteerd, maar wel als veronderstelling, schatting of bewering van andere personen. Evenmin zullen arbeidsrechtelijke sancties worden opgelegd in het geval waarin meldingen te goeder trouw plaatsvinden.
(5) Het weze opgemerkt dat klokkenluiders die tegen beter weten in onjuiste informatie over andere personen melden, strafrechtelijk vervolgd of beboet kunnen worden volgens de nationale wetgeving.
2. Meldingen
(1) Meldingen kunnen door klokkenluiders worden ingediend bij een van de bevoegde kantoren met behulp van de contactgegevens die in Bijlage 1 zijn opgenomen. Het voorleggen van informatie over schendingen is niet gebonden aan een bepaalde vorm of taal. Informatie over schendingen kan door de klokkenluider worden ingediend in de moedertaal van het land van herkomst; het bevoegde kantoor zorgt voor vertaling en communicatie in de moedertaal van
de klokkenluider. Meldingen kunnen in persoon, telefonisch, schriftelijk of in tekstvorm (bijv. per brief of e-mail) plaatsvinden. Om de procedure te vereenvouden, raden wij aan de melding per e-mail in te dienen. Om de vertrouwelijke verwerking van meldingen per post te waarborgen, vragen wij dat u “VERTROUWELIJK – De Wit-kennisgevingen” vermeldt bij het adres. De nationale wetgeving kan specifieke formele vereisten voor meldingen voorschrijven die verder gaan dan hetgeen in dit beleid is vastgelegd.
(2) Het spreekt vanzelf dat de bevoegde kantoren alle natuurlijke personen de mogelijkheid bieden om vóór de melding een gesprek te hebben. Een dergelijk gesprek impliceert geen verplichting om een melding te doen, en de bevoegde kantoren zijn verplicht om de informatie die tijdens het gesprek wordt verstrekt, op dezelfde vertrouwelijke manier te behandelen als meldingen.
(3) Naast de verantwoordelijke bevoegde kantoren die in Bijlage 1 zijn vermeld, heeft de klokkenluider de mogelijkheid om contact op te nemen met externe meldpunten in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van het betreffende land, zoals vermeld in Bijlage 3. De De Wit-Groep raadt echter aan eerst het traject van het eigen interne meldpunt (de bevoegde kantoren) te volgen. De klokkenluider moet worden geïnformeerd over het feit dat sommige lokale wetten de bescherming van de klokkenluider afhankelijk kunnen maken van de verplichting om eerst contact op te nemen met de bevoegde kantoren.
(4) De melding kan ook anoniem worden gedaan. In het algemeen wordt de klokkenluider echter aangemoedigd om zijn identiteit bekend te maken in plaats van een anonieme melding te doen. De reden hiervoor is dat het moeilijker is om een melding op te volgen en een grondig
en volledig onderzoek uit te voeren als het onmogelijk of moeilijk is om contact op te nemen
met de bron voor verdere informatie. Als de klokkenluider zichzelf identificeert, kan het
gemakkelijker zijn om hem te beschermen tegen vergeldingsmaatregelen.
(5) Het bevoegde kantoor bevestigt de ontvangst van de melding aan de klokkenluider binnen uiterlijk 2 werkdagen. Na deze bevestiging beoordeelt het bevoegde kantoor of de gemelde schending binnen het materiële toepassingsgebied van dit beleid valt en informeert het de klokkenluider binnen 7 dagen na ontvangst van de melding (of binnen 3 dagen na de relevante beslissing) hoe de melding wordt geclassificeerd en of deze zal worden onderzocht door het bevoegde kantoor of wordt doorverwezen naar de bevoegde afdeling of autoriteit.
(6) Indien de nationale wetgeving vereist dat opvolging plaatsvindt door een organisatorische eenheid of een persoon binnen de organisatiestructuur van het bedrijf, zal het in Bijlage 1 vermelde bevoegde kantoor de zaak doorverwijzen naar een dergelijke interne eenheid of persoon binnen het betreffende bedrijf voor de uitvoering van die opvolging. In het bovengenoemde geval wordt een dergelijke interne organisatorische eenheid of persoon binnen het betreffende bedrijf beschouwd als het bevoegde kantoor in de zin van dit beleid, binnen de werkingssfeer van de uitvoering van de opvolgmaatregelen.
(7) Het bevoegde kantoor zal (indien mogelijk en toegestaan) contact onderhouden met de klokkenluider, de geldigheid van de ontvangen melding verifiëren, indien nodig aanvullende informatie bij de klokkenluider opvragen, en passende opvolgmaatregelen treffen.
(8) Het bevoegde kantoor zal binnen 30 dagen na ontvangstbevestiging van de melding schriftelijk terugkoppelen naar de klokkenluider. Het bevoegde kantoor kan, na de klokkenluider te hebben geïnformeerd, de termijn voor de terugkoppeling met 30 dagen verlengen indien de omstandigheden van het onderzoek dit rechtvaardigen. Niettegenstaande het bovenstaande is het bevoegde kantoor verplicht om binnen 2 werkdagen na het einde van het onderzoek terug te koppelen naar de klokkenluider.
(9) De terugkoppeling dient een indicatie van eventuele opvolgmaatregelen te omvatten, evenals eventuele reeds getroffen opvolgmaatregelen en de redenen daarvan te vermelden. De terugkoppeling naar de klokkenluider mag interne of andere onderzoeken niet verstoren en mag de rechten van de personen die het onderwerp van de melding zijn of in de melding worden genoemd, niet schaden.
(10) Het bevoegde kantoor krijgt van de De Wit-Groep de nodige bevoegdheden voor de uitvoering van zijn taken, met name om de meldingen te onderzoeken, informatie te verkrijgen en opvolgmaatregelen uit te voeren. Het bevoegde kantoor krijgt de middelen die nodig zijn om zijn taken te vervullen. Het bevoegde kantoor is onafhankelijk bij de uitvoering van zijn taken en kan ook andere activiteiten binnen de De Wit-Groep uitvoeren mits dit niet in strijd is met zijn taken overeenkomstig dit beleid of de uitvoering van deze taken in gevaar brengt.
(11) De klokkenluiders behouden bij meldingen te allen tijde het recht om zichzelf niet te beschuldigen.
(12) Tijdens het onderzoek wordt vertrouwelijkheid zoveel mogelijk gehandhaafd, zodat een grondig onderzoek kan plaatsvinden en de behoeften van de De Wit-Groep worden gevrijwaard.
3. Documentering van de meldingen
(1) Het bevoegde kantoor dient alle binnenkomende meldingen in een permanent beschikbare vorm te documenteren, in overeenstemming met de vertrouwelijkheidsverplichting en de bepalingen van de respectieve nationale wetgeving.
(2) Als meldingen plaatsvinden per telefoon of via een andere vorm van stemoverdracht, of plaatsvinden in het kader van een vergadering, mag een volledige en nauwkeurige transcriptie (een woordelijk verslag) van het gesprek alleen worden gemaakt met toestemming van de klokkenluider. Als deze zijn toestemming niet gaf, documenteert het bevoegde kantoor de melding door middel van een samenvatting van de inhoud (inhoudelijk protocol). Een kopie van het document met de melding wordt bewaard door de klokkenluider. Het bevoegde kantoor maakt geen geluidsopnamen van meldingen.
(3) De klokkenluider krijgt de gelegenheid om het transcript of het protocol te bekijken en, indien nodig, correcties aan te brengen, en het te bevestigen door handmatige of elektronische ondertekening.
(4) Het bevoegde kantoor documenteert in elk geval of de klokkenluider ervoor heeft gekozen anoniem te blijven en, in het geval waarin de toestemming van de klokkenluider vereist is volgens de toepasselijke privacywetgeving, dat de klokkenluider uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verwerking van zijn persoonsgegevens, in overeenstemming met Bijlage 2.
(5) Het bevoegde kantoor voldoet ook aan eventuele aanvullende vereisten voor het documenteren van meldingen zoals vastgelegd in de geldende wetgeving van het betreffende land.
4. Bescherming van klokkenluiders
(1) De De Wit-Groep is verplicht de identiteit van de volgende personen geheim te houden:
- de klokkenluider en zij die hem steunen (zoals getuigen, naaste familieleden of collega’s
die informatie verstrekken aan de klokkenluider, of die mogelijk worden blootgesteld aan
vergelding in een beroepscontext maar niet optreden als klokkenluiders, facilitators,
d.w.z. natuurlijke personen die een klokkenluider helpen tijdens het klokkenluidersproces
en wier hulp vertrouwelijk moet blijven, in het kader van de bescherming van
klokkenluiders hierna gezamenlijk aangeduid als “klokkenluider”), voor zover de
gerapporteerde informatie betrekking heeft op schendingen die binnen de werkingssfeer
van het beleid vallen, of de klokkenluider redelijke gronden had om te geloven dat dit het
geval was op het moment van de melding, - de personen die het onderwerp van de melding zijn,
- de andere personen die in de melding worden genoemd, en
- rechtspersonen die verbonden zijn met de klokkenluiders, of voor wie zij werken, of
waarmee zij in een professionele context zijn verbonden.
(2) Behalve voor het naleven van de wettelijke verplichtingen die van kracht zijn in het betreffende land, inclusief de verplichtingen die voortvloeien uit het EU-recht, of met de uitdrukkelijke en vrije toestemming van de in deel 1 genoemde personen, mag de identiteit van de in deel 1 genoemde personen of enige informatie waaruit hun identiteit rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden afgeleid, alleen worden bekendgemaakt aan de personen die verantwoordelijk zijn voor het bevoegde kantoor of de personen die met opvolgmaatregelen zijn belast, en aan de personen die hen bijstaan bij de uitvoering van deze taken, en alleen
voor zover nodig voor de uitvoering van deze taken.
(3) Wanneer de identiteit van de in sectie 1 genoemde personen en enige informatie waaruit deze identiteit rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden afgeleid, wordt bekendgemaakt op grond van specifieke wetgeving in het kader van onderzoeken door nationale autoriteiten of gerechtelijke procedures, worden de betrokken personen hiervan vooraf op de hoogte gesteld, tenzij dergelijke informatie het onderzoek of de gerechtelijke procedures in gevaar zou kunnen brengen.
(4) De vereiste van vertrouwelijkheid van identiteit is van toepassing, ongeacht of het bevoegde kantoor verantwoordelijk is voor de opvolging van de binnenkomende melding.
(5) Klokkenluiders genieten alleen bescherming in het kader van dit beleid als zij redelijkerwijs kunnen aannemen, op basis van de feitelijke omstandigheden en de informatie die op het moment van melding beschikbaar is, dat hun informatie waarheidsgetrouw is en binnen de werkingssfeer van dit beleid valt. Zoniet (en met name in het geval waarin de klokkenluider opzettelijk onjuiste informatie verstrekt) wordt de identiteit van een klokkenluider niet beschermd door dit beleid, tenzij anders bepaald door de geldende nationale wetgeving.
(6) Het bevoegde kantoor zal kennelijk valse informatie afwijzen door de klokkenluider te informeren over het feit dat de klokkenluider op grond van dergelijke informatie aansprakelijk kan worden gesteld voor schade of, afhankelijk van de bepalingen van het toepasselijke nationale rechtsstelsel, dat de klokkenluider zich kan blootstellen aan het risico van juridische of administratieve vervolging.
(7) De bescherming van klokkenluiders vereist dat
- de klokkenluider te goeder trouw handelt, en
- de informatie betrekking heeft op een inbreuk binnen de werkingssfeer van dit beleid, of
de klokkenluider redelijke gronden had om te geloven dat dit het geval was op het
moment van de melding, en - de bescherming van de klokkenluider niet wordt uitgesloten door de wettelijke
bepalingen van het betreffende land.
(8) De klokkenluider kan wettelijk niet verantwoordelijk worden gesteld voor het verkrijgen of toegang krijgen tot de informatie die hij heeft gemeld, tenzij de verkrijging of de toegang op zichzelf een afzonderlijk strafbaar feit of administratieve overtreding vormt volgens de regels van het toepasselijke nationale rechtsstelsel.
(9) Vergeldingsmaatregelen tegen klokkenluiders die redelijke gronden hadden om te geloven dat de gerapporteerde informatie over schendingen waarheidsgetrouw was op het moment van melding en binnen de reikwijdte van dit beleid viel, tegen de andere in deel 1 genoemde personen en tegen de werkgever zijn verboden. Dit geldt ook voor het dreigen met vergelding en voor pogingen tot vergelding.
(10) Als de klokkenluider in het kader van procedures voor bevoegde rechtbanken of bevoegde autoriteiten aantoont dat hij beroepsmatige schade lijdt en dat hij een melding deed in het kader van dit beleid, wordt aangenomen dat deze schade een vergelding is voor een dergelijke melding. In dat geval moet de persoon (natuurlijk persoon of rechtspersoon) die vergeldingsmaatregelen trof tegen de klokkenluider, aantonen dat er voor de schade voldoende gemotiveerde oorzaken zijn of dat de schade niet voortvloeide uit de melding.
(11) In geval van schending van het verbod op vergelding heeft de betrokken persoon recht op schadevergoeding voor de resulterende schade in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke nationale rechtsstelsel.
(12) Als de klokkenluider desondanks het slachtoffer is geworden van vergelding, vormt dit geen aanspraak op werkgelegenheid, een beroepsopleiding of een andere contractuele relatie, of op carrièrebevordering.
(13) Verdere sancties voor schendingen van de bepalingen inzake de bescherming van klokkenluiders kunnen opgenomen zijn in de wetten van het betreffende land die klokkenluiders beschermen.
IV. Gegevensbescherming
1. Gegevensverwerking
(1) De De Wit-Groep voldoet aan haar verplichtingen onder de toepasselijke wetgeving inzake gegevensbescherming, inclusief Verordening (EU) 2016/679 (AVG) en de nationale wetten die deze implementeren, en behandelt alle informatie over schendingen, ongeacht hun waarheidsgetrouwheid, met een grote vertrouwelijkheid en in overeenstemming met de geldende wettelijke privacyvoorschriften.
Meer in het algemeen zal elke verwerking van persoonsgegevens, inclusief de verzameling, uitwisseling, overdacht of opslag van persoonsgegevens als onderdeel van het verzamelen en verwerken van meldingen en het onderzoek daarvan, worden uitgevoerd in overeenstemming met de geldende wetgeving inzake gegevensbescherming, zoals verder gedetailleerd in Bijlage 2 “Kennisgeving inzake gegevensbescherming”, zoals periodiek gewijzigd.
(2) Naast het verwerkingsregister, dat correct gevoerd en te allen tijde actueel moet zijn, moeten de personen die toegang hebben tot de informatie en de bijbehorende gegevens evenals hun rechten met betrekking tot de verwerking schriftelijk worden vastgelegd. De werknemers van de De Wit-Groep die betrokken zijn bij de verwerking van informatie zijn verplicht om de persoonsgegevens waarvan zij in verband met de meldingen kennis nemen, vertrouwelijk te behandelen, in overeenstemming met Bijlage 2 “Kennisgeving inzake gegevensbescherming” bij dit beleid.
(3) Als een privacybeleid wordt gepubliceerd in het betreffende land in overeenstemming met de lokale wetgeving, wordt dit automatisch onderdeel van dit beleid. In geval van een conflict tussen het privacybeleid onder de lokale wetgeving en de kennisgeving inzake gegevensbescherming in Bijlage 2, heeft het privacybeleid onder de lokale wetgeving voorrang.
2. IT- en gegevensbeveiliging
(1) IT-oplossingen voor het ontvangen en verwerken van informatie over schendingen moeten, voordat ze worden gebruikt, worden gecontroleerd en goedgekeurd door onze IT-Manager: Michel de Vries en – indien beschikbaar – door de functionaris voor gegevensbescherming van een bedrijf van de De Wit-Groep.
(2) De De Wit-Groep voldoet aan haar beveiligingsverplichtingen voor gegevensverwerking door middel van een IT-beveiligingssysteem in overeenstemming met art. 32 van de AVG.
3. Verwijderingsconcept
(1) In principe worden de persoonsgegevens bewaard zolang dat nodig en proportioneel is voor het onderzoek van het gerapporteerde nalevingsincident. Na voltooiing van alle werkzaamheden in verband met de melding verwijdert het bevoegde kantoor de persoonsgegevens, met uitzondering van de gegevens die moeten worden bewaard en verwerkt ter uitoefening en verdediging van de rechten van de De Wit-Groep.
(2) De datum van verwijdering van de persoonsgegevens die door de De Wit-Groep worden opgeslagen en verwerkt voor de uitoefening en verdediging van haar rechten, wordt bepaald door verstrijking van de maximale verjaringstermijnen voor administratieve overtredingen en strafbare feiten of voor het instellen van burgerrechtelijke vorderingen in overeenstemming met de geldende lokale wetgeving.
(3) Gegevens met betrekking tot een melding die niet heeft geleid of niet kon leiden tot tuchtrechtelijke of gerechtelijke procedures, worden onmiddellijk na de afsluiting van het onderzoek vernietigd.
(4) Het bovenstaande laat specifieke bewaartermijnen voor gegevens onverlet die zijn vastgelegd in de geldende nationale wetgeving van het betreffende land, zoals vermeld in Bijlage 3, die voorrang hebben in geval van een conflict met deel 3.
V. Overige bepalingen
1. Beoordeling van het klokkenluiderssysteem
De De Wit-Groep is verplicht het klokkenluiderssysteem jaarlijks te beoordelen en eventuele noodzakelijke wijzigingen aan te brengen.
2. Landspecifieke informatie
De verwijzingen naar nationale wetgeving, de lijst van nationale externe meldpunten en de contactgegevens van de nationale gegevensbeschermingsautoriteiten zijn opgenomen in Bijlage 3 van dit beleid.
VI. Lijst van bijlagen
Bijlage 1 Bevoegde kantoren
Bijlage 2 Kennisgeving inzake gegevensbescherming
Bijlage 3 Landspecifieke informatie